Om veilig en zonder problemen motor te rijden dient u de motor regelmatig te controleren op div.punten. Hiervoor gebruiken we de afkorting B.R.A.V.O.K wat staat voor de controle van:
Banden;
Brandstof
Profieldiepte wettelijk 1 mm in het midden gemeten.
De veiligheidsnorm ligt bij 2 a 3 mm. Bij 1 mm is de slijtingsindicator die in de groeven zit, gelijk met de rest van het loopvlak
Onregelmatigheden (een schaafplek of scheur/ spijkers/steentjes)
Bandenspanning (staat in het onderhouds-boekje)
Ventieldopje(stof/vuil tegenhouden)

De brandstofkraan of deze niet op reservestand staat.
Het brandstofniveau d.v.m. de benzinemeter of op de stand van de dagteller.
Remmen: De voorrem moet bij inknijpen druk opbouwen en mag niet tegen het stuur komen. In het kijkglas dient het niveau van de remvloeistof boven het minimumstreepje te staan. Indien de remvloeistof laag staat kan dit twee oorzaken hebben, de remblokken zijn versleten of de remleidingen lekken waardoor remvloeistof verloren gaat.

De achterrem mag niet te veel vrije slag hebben je voet kan dan de grond raken. De slijtindicator op de achter naaf (het pijltje) op het eind kunnen komen endienen de remschoenen te worden vervangen
Accu: De accu bevindt zich onder het zadel.
De eerste werking van een accu controleer je doordat het licht brandt en de motor vlot start.
De accupolen moeten schoon zijn/ invetten met zuurvrije vaseline)  
De accuklemmen moeten stevig vast zitten.
De vloeistof moet op peil zijn. Eventueel bijvullen met gedistilleerd water.
Verlichting:
Vering
Vloeistoffen
Algehele verlichting controle koplamp, achterllicht, richtingaanwijzers
De werking van dimlicht, grootlicht, remlicht (via voorrem en achterrem ), richtingaanwijzers, claxon en lampjes in de cockpit

De voorvering controleert u op olielekkage rond de vorkpoten. Bovendien dient u te weten dat de achterveren i.v.m. belading instelbaar zijn

vloeistof gekoelde motoren dient u regelmatig het koelvloeistofniveau te controleren. Op het expansietankje dient de vloeistof tussen het minimum en maximum streepje te staan. Moet u meerdere keren achter elkaar bijvullen dan is het zeer waarschijnlijk dat een slang van het koelsysteem verdroogd is.
Olie: Oliepeil carter (met peilstok of kijkglaasje)
Andere vloeistoffen zoals koelvloeistof en brandstofHet olieniveau kunt u controleren in het kijkglaasje of d.m.v. een oliepeilstokje. Hierbij dient de motor natuurlijk wel op een vlakke ondergrond te staan. Meestal staat op de olievuldop welk soort olie er in moet. Anders vindt u dit in het instructieboekje onder de buddyseat
Ketting: Schoon (zand, modder etc. Mag uiteraard wel vet zijn)
Spanning ( 2 a 4 cm speling in het midden van de lange zijde van de ketting)
Smering (de ketting altijd aan de binnenzijde smeren/inspuiten)
Slijtage (onder andere te zien aan de scherpe tanden van de tandwielen, ketting ligt dieper tussen de tanden van het tandwiel)